logo advocatenkantoor Kuijken
Neem vrijblijvend contact op:
Bel ons: 040 20 40 500
Mail ons: info@kuijkenadvocaten.nl
Onrechtmatig verkregen camerabeelden kunnen als bewijs dienen
Camera's op de werkplek geven regelmatig aanleiding tot conflicten tussen werkgevers en werknemers. Werknemers hebben soms het idee dat de werkgever door middel van die camera's over hun schouders meekijkt. Vaak is dat gevoel niet terecht en hangen de camera's er slechts ter bescherming van het personeel, de klanten en de eigendommen van het bedrijf. Echter in sommige gevallen gebruikt een werkgever de camera's daadwerkelijk om de werknemers in de gaten te houden. Dergelijk toezicht is - terecht - aan strenge regels gebonden, en het bespieden van personeel is dan ook vrijwel nooit toegestaan.


Soms kan de werkgever echter niet anders, bijvoorbeeld als er zaken verdwijnen. Indien de dief niet op andere wijze is te traceren - zoals door het fouilleren van werknemers bij het verlaten van het bedrijf - is het toegestaan om incidenteel gebruik te maken van (verborgen) camera's om de dader te vinden. Voordat de werkgever dit middel inzet, moet hij wel de werknemers van de aanwezigheid van camera's op de hoogte stellen. Daarbij hoeft hij uiteraard niet te melden waar de camera's precies hangen; de enkele mededeling dat de werkgever camera's kan inzetten is voldoende.


In een zaak die een paar maanden geleden voor de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland speelde (maar pas twee weken geleden gepubliceerd is), had de werkgever die melding nagelaten, terwijl hij een verborgen camera op de werkplek van een van zijn werknemers had gericht. Of er sprake was van een concrete verdenking blijkt niet uit het vonnis - wellicht hing de camera er altijd al. Hoe dan ook, op door de camera vastgelegde beelden was te zien dat de werkneemster op een zeker moment met een schaar in haar hand een aantal keren op wat ruwe wijze trekt en duwt aan de kabels van een docking station, een kastje dat haar computer verbindt met het IT-systeem van de werkgever. Daarnaast had de werkgever met behulp van de beelden geconstateerd dat de werkneemster een keer het spelletje Candy Crush had gespeeld onder werktijd.


De werkgever interpreteerde het duwen en trekken aan de bekabeling als "sabotage", en meende dat dit, in combinatie met het gamen onder werktijd, voldoende grond gaf voor een ontslag op staande voet. De werkneemster kwam in deze procedure op tegen dat ontslag, en betoogde onder meer dat de beelden niet tot bewijs konden dienen voor het ontslag omdat ze onrechtmatig waren verkregen. De kantonrechter bevestigde dat de beelden inderdaad onrechtmatig verkregen bewijs vormen, maar oordeelde dat deze wel degelijk als bewijs kunnen dienen in een civiele procedure.


Dat oordeel lijkt wat tegenstrijdig, maar is geheel in lijn met bestaande rechtspraak. De Hoge Raad heeft meermaals geoordeeld dat het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt en het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder weegt dan het belang van uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende, bijzondere omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd. Dergelijke omstandigheden waren in dit geval niet gebleken.


De kantonrechter kon vervolgens dus op basis van de camerabeelden zijn oordeel vellen, en dat pakte niet goed uit voor de werkgever. Uit de beelden bleek niet duidelijk dat de werkneemster gerichte pogingen tot sabotage of beschadiging deed; het zou best kunnen dat zij (op wellicht wat onorthodoxe wijze) probeerde de verbroken verbinding weer tot stand te brengen, zoals zij zelf stelde. Ook het spelen van een spelletje onder werktijd is op zichzelf onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. De kantonrechter heeft daarbij in aanmerking genomen dat de werkgever geen gedragsregels heeft opgesteld over computergebruik. Deze uitspraak toont dus eens te meer dat het van belang is om als werkgever duidelijke regels te stellen voor het gebruik van de ICT-voorzieningen op de werkplek!

Vrijblijvend telefonisch advies

Voor informatie over deze nieuwsbrief en voor alle juridische vragen kunt u gratis en vrijblijvend bellen elke dag van 15.00 tot 16.00 uur op telefoonnummer 040-2044445 of uw vragen stellen via het contactformulier.