logo advocatenkantoor Kuijken
Neem vrijblijvend contact op:
Bel ons: 040 20 40 500
Mail ons: info@kuijkenadvocaten.nl
V&D Dreigend faillissement geeft geen recht op een lagere huurprijs

In het vierde kwartaal van 2014 werd duidelijk dat V&D, zonder ingrijpende saneringsmaatregelen, failliet zou gaan. Om dit faillissement te voorkomen hebben vrijwel alle verhuurders van de 63 warenhuizen van V&D in februari 2015 ingestemd met een (aanzienlijke) huurverlaging voor een periode van zes maanden. De verhuurders die akkoord zijn gegaan met deze tijdelijke huurverlaging, hebben daarbij als eis gesteld dat V&D zo lang als mogelijk de huurverlaging ook moest doorvoeren bij betaling aan de verhuurders die niet hadden deelgenomen aan de 'deal'. Dit omdat V&D anders te weinig zou besparen om 'haar hoofd boven water te kunnen houden' én omdat de 'niet-deelnemende verhuurders' anders zouden profiteren van de bereidwilligheid van de andere verhuurders (zonder zelf huurinkomsten mis te lopen).

 

Mondia Investments B.V. is één van de 'niet-deelnemende verhuurders'. Ondanks dat Mondia niet heeft ingestemd met een huurverlaging, heeft V&D - eenzijdig - besloten niet meer de volledige huurprijs aan Mondia te voldoen. Reden voor Mondia om een kort geding aan te spannen.

 

Naar mening van V&D is haar financiële positie zodanig benard dat het te hulp schieten van V&D gezien moet worden als een morele verplichting van de verhuurder. Vandaag (26 maart 2015) oordeelde de rechtbank Overijssel dat, hoe zorgwekkend de financiële positie van V&D ook is, dit niet betekent dat de verhuurder daarmee geen aanspraak meer kan maken op de overeengekomen huurprijs.

 

De rechtbank erkent dat de schade die Mondia zal lijden (de verwachting is dat de totale huurschuld zal oplopen tot circa €150.000,-) niet in verhouding staat tot de schade die V&D zou kunnen gaan lijden (een eventueel faillissement), maar op zichzelf is dat geen maatstaf. De kern van de zaak is dat V&D, zonder dat haar dit recht toekwam, eenzijdig het besluit heeft genomen om de maandelijkse huur van het betreffende pand meer dan te halveren voor een periode van vijf maanden. 

 

Ook het feit dat vrijwel alle andere verhuurders (min of meer vrijwillig) hebben ingestemd met een tijdelijke huurverlaging en Mondia daarvan profiteert (zonder zelf huurinkomsten mis te lopen), is geen reden om Mondia haar recht op de (volledige) maandelijkse huur te ontzeggen.

 

In algemene zin geeft de rechtbank nog aan: "Toewijzing van de stellingen van V&D zou tot gevolg kunnen hebben dat andere noodlijdende bedrijven eveneens hun toevlucht zullen nemen tot een drastische verlaging van de maandelijkse huur- of hypotheekverplichting. Met een beroep op het economisch belang en een appèl op de saamhorigheid in de samenleving zou dan, in de lijn van V&D doorredenerend, bereikt kunnen worden dat een faillissement kan worden voorkomen. In Nederland dreigt dan, zo vreest de kantonrechter, een juridische chaos. Enige zekerheid voor een verhuurder is er niet meer. Het gaat ook leiden tot rechtsongelijkheid binnen het huurrecht: particuliere huurders staan ook vaak aan de rand van de afgrond en niet valt in te zien waarom deze categorie huurders dan niet de mogelijkheid zouden hebben om de huur eenzijdig met de helft te verlagen. Deze zeer onwenselijke situatie moet worden voorkomen."

Vrijblijvend telefonisch advies

Voor informatie over deze nieuwsbrief en voor alle juridische vragen kunt u gratis en vrijblijvend bellen elke dag van 15.00 tot 16.00 uur op telefoonnummer 040-2044445 of uw vragen stellen via het contactformulier.